Georgië II: nóg meer bergen, Stalins geboortedorp Gori en Off Road in een Toyota Prius

  • 0

De eerste blog van Georgië heeft hele toffe reacties opgeleverd, jullie als lezers zijn nét zo verrast over het land als wij dat zijn. Blog 1 eindigde met ons plan om met de trein van Tbilisi naar Zugdidi te reizen en vervolgens door te reizen naar Mestia. Een dorpje in het gebergte Svaneti in de Great Caucasus. Al met al een flinke reis, niet zozeer qua afstand maar wel qua reisduur van in totaal 11 uur. Dat is best bizar als je bedenkt dat Georgië een klein land is, ongeveer dubbel zo groot als Nederland.

Mestia is een ski dorpje in de bergen, duidelijk geïnspireerd op de Alpen met houten gebouwen en restaurantnamen die naar de Alpen zijn vernoemd. Qua sfeer is het niet te vergelijken met het gebergte van Tusheti. In Mestia komen veel meer toeristen en het is een levendig plekje. We besloten vrij random dat we wel zin hadden in een 4-daagse hike. Je moet jezelf blijven overtreffen toch? Zo vaak zien wij Nederlanders geen bergen.

Zo gezegd zo gedaan. De volgende ochtend pakten we onze day-packs met spullen voor de 4-daagse hike van Mestia naar Ushguli. Veel past daar niet in, maar mijn jurkjes en rokjes heb ik komende dagen toch niet aan;-).

Om half 11 begonnen we aan de hike met als eindbestemming Ushguli. In het dorp was de toerist information continue gesloten, en ook in ons hostel konden ze niets vertellen over de hike. Op internet vonden we een gedetailleerde beschrijving met informatie over de hike. Er is weinig signing langs de route, gelukkig kunnen we makkelijk wandelen met maps.me. Dat is app voor offline navigatie op je telefoon. Hikedag 1 verliep van het dorp Mestia naar Zhabesi van in totaal 16,3km en qua klimmen en dalen redelijk vriendelijk. Al snel viel ons op dat er veel meer hikers in dit gebied zijn dan in het gebergte van Tusheti. De tocht was prachtig, we konden de hele route genieten van een enorme wit besneeuwde bergtop die stoer boven de andere toppen uit stak. Na 6 uur wandelen kwamen we in het dorp Zhabesi, waar we al snel een prima guesthouse vonden. Ook een Duits stel en twee Nederlandse meiden kozen voor dit guesthouse. Luxe moet je hier zeker niet verwachten, je slaapt bij een familie thuis en in ons geval deelden we 1 badkamer en toilet met 11 personen. We kregen een uitgebreid diner en hebben de rest van de avond met de andere reizigers zitten kaarten en kletsen. Onwijs gezellig, en het is tof dat je allemaal dezelfde hike doet en ervaringen kunt uitwisselen. In de nacht koelt het behoorlijk af in de bergen. Overdags loop je in de volle zon in niet meer dan een hempje, shortje en je modieuze bergschoenen met hoge wandelsokken. ‘s Nachts lag ik ingepakt onder 4 dekens en droeg ik 3 lagen shirtjes, een thermolegging en dikke sokken plus stond er in onze kamer een elektrische kachel aan. Verrast vast niemand die mij kent haha.

Na een flink ontbijt zijn we om 9 uur weer begonnen met de hike van dag 2. We hiken van Zhabesi naar Adishi van zo’n 11km en een stuk meer klimmen dan hikedag 1. De eerste twee uur van de hike bestond uit behoorlijk steil klimmen. Lekker wakker worden. Het eerste half uur van de dag is echt inkomen, je voelt je benen, je hartslag moet nog omhoog en je weet dat er nog een hele dag hiken voor je ligt. Maar als je eenmaal in de flow zit dan ga je gewoon, behalve op de hele steile stukken, die blijven een uitdaging voor je kuiten. Het voordeel is dat je echt een doel hebt, je gaat hoe dan ook door. Eenmaal op de top van de berg bleek er een klein houten hutje te staan waar een local oploskoffie en cake verkocht. Wat een feest! Nooit gedacht dat we zo konden genieten van een bakkie oploskoffie. Beeld je een waanzinnig uitzicht in vanaf de top van de berg, dat krijg je er bij de Starbucks niet bij!

Na 4 uur wandelen kwamen we al aan in Adishi. Dat hadden we snel gedaan! Een behoorlijk vervallen dorp, met modderige paden tussen de huizen waar ook de koeien en paarden liepen. De paden hadden meer weg van een mesthoop dan van gezellig steegjes. De huizen in het dorp waren er nog slechter aan toe. We hebben bij 4 guesthouses binnen gekeken, waarvan de eerste drie guesthouses van ellende uit elkaar vielen. De vloeren liepen zo scheef dat je nog voorzichtig zou moeten omdraaien in bed om er niet uit te rollen. Het vierde guesthouse was gelukkig best prima! Ze hadden naast allemaal dorms één grote masterbedroom. Die was voor de blingpackers. Uiteraard deel je wel weer de badkamer en toilet met zo’n 12 man. Schaarste heeft invloed op de prijzen, dus ze lieten ons er bijna 50 euro voor 1 nacht voor betalen. Dat is wel inclusief diner en ontbijt. Hoe dan ook, wij waren er blij mee! Na een heerlijke warme douche vonden we in het dorpje een klein café waar we biertjes zijn gaan drinken. Al snel arriveerden steeds meer hikers in het dorp en in een mum van tijd was het een gezellige boel van druk pratende hikers die allemaal in het zonnetje genoten van hun welverdiende biertjes.

Hikedag 3 verliep van Adishi naar Iprali van in totaal 19km. Wat een dag, oprecht de allerallermooiste tocht, maar ook de zwaarste. De tocht bestond uit een aantal opstakels, waaronder het oversteken van een rivier. En niet zomaar een rivier. De smeltende gletser een paar honderd meter verderop resulteerde in ijskoud, sterk stromend water. We bonden onze bergschoenen aan onze tassen en beten onze kiezen op elkaar. Het water kwam tot boven de knieën en het doel was vooral; wat er ook gebeurt, niet uitglijden over de rotsen in het water. We hadden verhalen gehoord van een meisje dat viel en in shock raakte vanwege de kou. Gelukkig doe je het samen met heel veel andere hikers. Die staan aan weerszijden van de rivier om je aan te moedigen. Wat een broederschap! Na de rivier moesten we een joekel van een berg op. De klim omhoog was zwaar en steil. Maar zo mooi! Vlak langs de gletser, besneeuwde bergtoppen en langs het pad prachtige hoge bloemen. Na 7 uur hiken kwamen we aan in Iprali, waar we terecht konden bij een chil guesthouse met comfortabele bedden én een groot terras met uitzicht op de bergen. Zo tof, in elk guesthouse ben je weer met andere hikers en gaandeweg de dagen leer je steeds meer mensen kennen waar je na de hike drankjes mee drinkt. Het is echt een vette ervaring!

Hikedag 4 was de laatste dag van de hike, met nog zo’n 13 km naar de eindbestemming Ushguli. De hike was goed te doen. Het klimmen en dalen was gelukkig niet zo steil, dus we hadden onderweg volop energie om honderduit te kletsen met elkaar. Rond lunch kwamen we aan in Ushguli waar we hebben geproost op ons behaalde resultaat. In 4 dagen hebben we 66 km gewandeld (inclusief het wandelen in de dorpjes zelf) met 3.106m klimmen en 2.102m dalen.

We namen een taxi terug naar het dorp Mestia. Tijdens de 2uur durende rit hebben we hardop zitten dagdromen over de goede koffie in Mestia. Eenmaal in Mestia bleek dat koffie bij een droom zou blijven, in het hele dorp was de stroom uitgevallen. Een koud biertje zat er ook niet in. Gelukkig was de homemade wijn uit de kelder wel koel! We hebben de hele middag in de volle zon op het terras gezeten en samen een liter homemade wijn gedronken. Vast niet de beste brandstof voor onze spieren, maar wel heerlijk ontspannen. Wat een geweldige tocht was het! ‘s Avonds was er nog steeds geen stroom, en liep iedereen met een zaklamp door het door het dorp en in de supermarkten. Dineren gebeurde met sfeervol kaarslicht. Er zijn vast heel wat kinderen verwekt in deze donkere nacht;-)

De volgende ochtend namen we om 8 uur de Mashrutka naar Kutaisi. Nog steeds geen stroom in het dorp, snel weg hier. Na een rit van 5 uur in een volgepropte minibus kwamen we in de op één na grootste stad van Georgië. Het guesthouse wat ik had geboekt via booking.com bleek een waanzinnig pand te zijn in barok stijl, compleet met ornamenten, hoge plafonds, visgraat vloer en een kamer zo groot als een balzaal. En dat voor 18 euro per nacht. Reizen hoeft niet duur te zijn.

We zijn op verkenningstocht gegaan in de stad Kutaisi. Over markten struinen, salades eten, met de kabelbaan een heuvel op en we hebben de brug gevonden die in de deelnemers van Wie is de Mol 2018 weer wit hebben geschilderd. Voor ons zijn bergen en de stad echt de perfecte afwisseling. Overdags zijn bergen heerlijk, maar in de avond zijn de dorpjes al snel uitgestorven. De steden zijn savonds heerlijk om tot in de late uurtjes te chillen bij leuke tentjes. Bijkomend voordeel dat het snachts niet koud wordt in de steden.

De volgende dag stond een dagtrip naar de stad Chiatura op onze wensenlijst. In de reisgids Lonely Planet staat er niets over geschreven, maar Rianne is er een paar jaar geleden geweest na een tip van een andere reiziger en vond het een aanrader. Chiatura is een typische stad uit de Sovjet tijd. Rond 1950 is een enorm netwerk van kabelbanen aangelegd om de stad met elke heuvel rondom de stad te verbinden. De meeste mensen werkten in de mijnen, dankzij de kabelbanen konden ze gemakkelijk reizen tussen de mijnen en hun huizen in de stad. In 1991, toen Georgië onafhankelijk werd van de Sovjet Unie, werden de werkzaamheden in de mijnen gestaakt. De stad veranderde in een Ghost Town, met vandaag de dag veel vervallen gebouwen uit de Sovjet tijd, compleet met een overschot aan verroeste kabelbanen waarvan nog slechts 5 werken. Er schijnt geen onderhoud te worden gepleegd, dus als een kabelbaan kapot gaat roest deze langzaam weg. Het bleek niet eenvoudig om een taxi te vinden die ons er heen wilde brengen. We kregen van elke chauffeur te horen dat er echt niets te zien en te doen is in Chiatura, waarom wilden we niet gewoon naar een Monastry of een Museum? De aanhouder wint gelukkig, we vonden een taxi die ons voor 32 euro de hele dag wilde rondrijden. Het was een hele vette en tegelijk bizarre belevenis.

Onderweg zijn we gestopt bij de Katshki pillar, een enorme uitstekende rots die torenhoog boven het landschap uitsteekt met bovenop een kerkje. Wij normale mensen mogen helaas niet naar boven, toegang is exclusief voor de allerbelangrijkste mensen uit de orthodox-christelijke kerken. Niet veel later kwamen we in de stad Chiatura. We herkenden veel van wat we hadden gelezen en gezien op internet. Oude Sovjet flats, heel veel roest en wat vooral in het oog springt zijn de kabelbanen. We zijn ingestapt in een van de nog werkende kabelbanen. Als de deuren dichtgaan begrijp je waarom dit ook wel ‘Stalins doodskisten’ werden genoemd. Er zitten geen ramen in, met moeite kun je naar buiten kijken via de ventilatieroosters. We voelden dat de kabelbaan behoorlijk stijl omhoog ging. Eenmaal boven aan gekomen werden de ijzeren deuren geopend en stapten we uit op een half verrot platform bovenop de heuvel. Bizar dat mijnwerkers zo naar hun werk gingen. Het uitzicht over de stad was vanaf de heuvel zeker niet onaardig. We wandelden rond en een paar lokale jongens wenkten ons. Ze brachten ons naar een oude spoorrails, op palen op de rand van de afgrond. Hier reden vroeger de treinen af en aan naar de mijnen. Levert vandaag de dag hele toffe foto’s op! Met een goede camera en een beetje talent kan je je hart ophalen in zo’n vervallen stad. We hebben rondgelopen en ons laten ons verassen door wat op ons pad komt. Zo hoorde Wouderick uit een enorm gebouw geluid komen, het zag er behoorlijk vervallen uit dus we stapten naar binnen. Via een groot trappenhuis kwamen we op de verdieping bij een oud indoor basketbalveld en een tafeltennis vereniging. Jonge jongens kregen daar les van hun trainer, die zo vereerd was met onze komst dat we met hem op de foto moesten en Wouderick tegen iedereen een potje mocht tafeltennissen. Zulke spontane gebeurtenissen met locals genieten wij enorm van! Al met al een vette dag buiten de gebaande toeristenpaden.

De volgende ochtend vertrokken we weer met de Masrutka van het busstation in Kutaisi naar Tbilisi, om vervolgens de Masrutka te nemen naar het berggebied Kazbegi. Weer een lange reisdag van 7 uur, maar we wisten dat dit de laatste zou zijn. De bergen zijn nu eenmaal lastiger te bereiken, maar ze zijn alle reistijd waard! Het gebergte van Kazbegi ligt aan de Militairy Highway, vlak bij Zuid-Ossetië. Een gebied waar je als reiziger niet kan en ook niet wilt komen. De grenzen van het gebied worden streng bewaakt door Russische militairen. In het gebergte van Kazbegi verbleven we twee nachten in het dorp Stepantsminda. Het berggebied zelf is prachtig, maar van de 3 berggebieden in Georgië lijkt dit bij uitstek de meest toeristische te zijn. Te danken aan het feit dat dit gebied het gemakkelijkst en in zo’n 3 uur rijden te bereiken is vanaf Tbilisi. Als we trouwens spreken over ‘toeristisch’, dan hebben we het vooral over Russische toeristen. Normaal hebben wij het tijdens reizen echt niet op Russen, eerlijk is eerlijk maar ze zijn enorm luidruchtig, lomp en zwaarlijvig. Maar we moeten toegeven dat we in Georgië kennis hebben gemaakt met een ander type Russen, die super vriendelijk zijn en geen vlieg kwaad willen doen. Het toerisme in Georgië door west-Europeanen of niet-Europeanen staat nog in de kinderschoenen. Tijdens onze reis vielen ons de relatief vele Israëliërs en Duitsers op. Ze kunnen vast goedkoop op Georgië vliegen!

Tijdens ons diner in een knus restaurant raakten we aan de praat met een Israëlisch stel, met wie we uiteindelijk de hele avond hebben gepraat. Het is zo interessant om met hun te spreken over de conficten in hun land en de grensgebieden en de dienstplicht. We hebben tot nu toe alleen nog maar gehoord dat Israëliërs heel blij zijn met de dienstplicht, ze vinden het goed voor hun ontwikkeling, leren op eigen benen staan, ontmoeten mensen uit alle lagen van de bevolking en kunnen binnen de krijgsmacht zoveel kanten op. Zo krijgen ze de kans te ontdekken wat ze leuk vinden. Na de dienstplicht kiezen ze voor het leger, studeren aan de universiteit of een andere baan. Geinig om te beseffen dat je in de veronderstelling was dat de Israëlische jongeren dienstplicht vast allemaal verschrikkelijk vonden.

De volgende ochtend hebben we onze vertrouwde hikingsschoenen weer aangetrokken. Bovenop een van de bergtoppen staat de Gergety Trinity Church, een bezoek aan deze kerk is dé reden dat toeristen hier naar toe komen. De hike de berg op duurde volgens de reisgidsen zo’n 1,5-2 uur. Dat was blijkbaar gebaseerd op de snelheid van een zwaarlijvige Rus, want wij stonden in een mum van tijd boven. Of het is te danken aan onze inmiddels zo getrainde lijffies dat we zo boven stonden. Bovenop werden we getrakteerd op een prachtig uitzicht over de vallei en het uitzicht op de monsterlijk grote Mount Kazbek, die met zijn 5.045meter hoogte van grote afstand al te zien is. We zijn nog wat hoger geklommen om dichterbij de gletser van de Mount Kazbek te komen. Je kunt er helemaal naar toe hiken, maar dan ben je zo’n 7 uur bezig. We vonden het deze keer wel even welletjes.

De volgende dag namen we weer de Masrutka terug naar Tbilisi. We hadden met liefde hier nog langer willen blijven, maar het weerbericht vertelde ons dat het geen goed idee was. In de motregen en dikke wolken vertrokken we. De eerste keer trouwens dat we überhaupt iets van regen meemaken in Georgië, we hebben zo veel geluk gehad met het weer! We hebben er ook heel erg op gelet, en onze reisplanning erop afgestemd. In een land als Georgië moet je voor elke bestemming steeds via Tbilisi, waardoor je heel flexibel bent welke bestemmingen je in welke volgorde doet.

Rond het middaguur kwamen we aan in Tbilisi, waar we de laatste 4 nachten van onze vakantie verblijven. We hebben een auto gehuurd om nog 2 dagen plekken rondom Tbilisi te bezoeken. Een super gedegen Toyota Prius! Voor 35 dollar per dag, een prima deal wat ons betreft. De auto verhuurbedrijven zijn wel een beetje shabby, dus we duimen dat we onze borg van 100 dollar straks netjes terug krijgen. Wil je geen risico lopen? Dan kun je beter voor 70 dollar per dag een auto huren bij een internationaal bedrijf als Hertz of Avis. De auto die we huren ziet er op en top uit, en uiteraard hebben we alle verzekeringspapieren en bestaande krassen op de auto uitvoering gecheckt en vastgelegd. Hophop, wat een vrijheid om zelf rond te toeren!

Einde van de middag zijn we nog zo’n 10km gaan wandelen door de stad, we moeten onze stappenteller wel actief houden natuurlijk! De wijk Vera is een hippe, opkomende wijk waar we in blogs over hadden gelezen. Daar vind je trendy winkels met designer kleding, het super vette Rooms Hotel (zeker een kijkje nemen als je in Tbilisi bent) en een hip restaurant tegenover het Rooms Hotel genaamd Lolita. Deze plek is het archetype van het moderne Georgië met modieuze, jonge mensen. Tbilisi heeft vele gezichten!

De volgende dag zijn we in de auto gestapt naar Gori. We duiken een dagje de geschiedenisboeken in. Gori is namelijk dé geboorteplaats van niemand minder dan Jozef Stalin. Eenmaal in Gori aangekomen kan je daar ook niet omheen! Middenin Gori staat het wonderlijk grote (en trouwens ook erg mooie) Stalin museum. Voor ons bezoek aan het museum hebben we ons onder het genot van een koffie ingelezen, door op Wikipedia en in onze reisgids te lezen over het leven en de daden van Stalin. De enorme lappen tekst op internet liegen er niet om. Eenmaal in het museum krijg je de indruk dat de locals heel anders over Stalin denken. Het museum staat op de plek met het huis waar Stalin is geboren en de eerste jaren van zijn leven is opgegroeid. Een deel van het huis staat er nog, waar een enorm bouwwerk als een soort tempel overheen is gezet. Het museum zelf hangt en staag vol met foto’s, portretten, meubels, kledingstukken en dergelijke van Stalin die zijn levensverhaal laten zien. Men lijkt in Gori vooral trots te zijn dat iemand uit zo’n eenvoudig Georgisch dorp het zover heeft geschopt als opvolger van Lenin en leider van de Sovjet-Unie.

Na ons bezoek aan Gori zijn we doorgereden naar Borjomi. Gelegen in een mooie heuvelachtige omgeving waar het Georgische bruisende bronwater vandaan komt. Er was in Borjomi vrij weinig te beleven, dus we hebben lekker koffie gedronken en wat souvenirs gekocht. De dag erop hadden we, dachten we, een heel logisch plan. Namelijk met de auto naar David Gareja, een grottencomplex met allemaal kerkjes dicht bij de grens met Azerbeidzjan. Op TripAdvisor zijn volop verhalen te lezen van mensen die hetzelfde hebben gedaan. Maar die hebben blijkbaar een andere route gekozen dan wij, al snel na Tbilisi kwamen we in Roestaveli, en daar is de plaatsnaam vrij letterlijk zichtbaar in de stad. Een vallei van roest, zoveel vervallen industriële gebouwen en treinstellen uit de Sovjet tijd. Een onwijs vet gezicht natuurlijk, tegelijkertijd ook zo vreemd dat het hier gewoon staat de staan. Na Roestaveli hield de weg ineens op. En dan zie je op je navigatie dat je nog 2 uur moet rijden. 2 uur op een onverharde weg met enorm diepe kuilen en stenen in een Toyota Prius. En de wegen stonden op een gegeven moment niet meer op de navigatie. We waren van de kaart! Om ons heen was alleen nog zanderig, heuvelachtig graslandschap. Om ons heen was het doodstil, we raakten steeds verder verwijderd van de bewoonde wereld. Onderweg zijn we op twee koeienhouders en een man te paard helemaal niemand tegengekomen. De weg was behoorlijk uitdagend en we konden niet harder dan stapvoets rijden. Na 4 uur rondrijden wisten we één ding zeker; we zitten sowieso op de verkeerde weg, en alleen met een 4×4 zouden we kans hebben om in dit landschap bij David Gareja te komen. We gaven het op en hebben weer koers gezet richting Tbilisi. Onderweg zijn we even langs de wasstraat gereden, de auto zat helemaal onder de modder, als ons verhuurbedrijf dat ziet krijgen we onze borg nooit terug (en dat is nu wel gelukt). Uiteindelijk hebben we 5,5 uur in de auto gezeten en waren we letterlijk verdwaald in het grensgebied met Azerbeidzjan. Als lezer zou je misschien verwachten dat we behoorlijk boos waren, maar we gingen er heel flexibel mee om. Tussen A en B is ook zoveel te beleven, en hoewel we nooit bij B zijn aangekomen hebben we een hele spannende dag gehad. Als we een lekke band hadden gekregen of we waren met die Prius vastgeraakt in de modder dan hadden we het vast minder leuk gevonden. De rest van de dag hebben we rondgedwaald in Upper Vake en Vera, de hipste wijken van Tbilisi met allemaal designer shops. Die avond hadden we zin in echt goed uit eten, niet de standaard Georgische keuken maar een verassing op je bord. We hebben een van de best beoordeelde restaurants op Trip Advisor in Tbilisi gegaan en hebben de hele avond getafeld. Wat een feest! De vakantie zit er bijna op, dit zijn de goede afsluiters. We hebben tot diep in de nacht genoten van de leuke barstreets met live muziek. Het is echt een leuke stad.

Zaterdagochtend hebben we een keer uitgeslapen, tot maar liefst 9 uur. Haha wij zijn altijd vroeg wakker, dus dit is laat voor ons. We zijn uitgebreid gaan brunchen en waren daardoor te laat voor onze free walking tour. We hadden het plan om op onze laatste dag nog een Alternative tour te doen. Maar stiekem vonden we koffie drinken, urenlang rondlopen door de stad en naar een beautysalon gaan veel leuker. Met de ambitie om die dag 20km door de stad te lopen hebben we onze laatste dag heerlijk actief en relaxt afgesloten. We moeten wel eerlijk toegeven dat we de 20km net niet hebben gehaald, we hebben precies 19km gelopen..dat kilometertje moeten we een andere keer inhalen.

Nu zitten we in het vliegtuig, terug naar huis na 3 weken rondreizen door Georgië. Wat hebben wij genoten. Geen regen gehad, alleen maar goed weer. In een land zo vol met verassingen en de meest gastvrije mensen van Europa. Want ja, eenmaal in Georgië geweest is ons wel duidelijk dat ze hier van mening zijn bij Europa te horen. Overal hangt de Europese vlag naast de Georgische vlag te wapperen. Dus, heb je zin om dit jaar lekker in Europa te blijven? Georgië is jouw ultieme next level reisbestemming.

AUTHOR

Marieke

All stories by: Marieke

Leave a Reply

Your email address will not be published.